Wilde dieren in je tuin

Hoe kom je eraan, hoe kom je eraf?

Vergis je niet, zelfs een stadstuin kan in het najaar een kleine wilde dierentuin zijn. Vooral als je het met de juiste planten een beetje aantrekkelijk maakt om er te gaan wonen.

Voor alle kleine tuindieren geldt dat ze ook in de herfst houden van een beetje rommelige tuinen, liefst met veel planten, een vijver, bomen en struiken als vlinderstruik of forsythia. Gras is mooi meegenomen, net als wat rondslingerende potten, planken en tuinafval. Een rommelhoekje uit het zicht is dus ideaal, als je de tuin verder redelijk aan kant wilt hebben. Verder is het een kwestie van een beetje op je gevoel afgaan. De meeste dieren weten uitstekend hoe ze kunnen overleven, maar je kunt ze natuurlijk best een handje helpen. Of juist niet, natuurlijk – afhankelijk van de vraag of je qua rupsen aan de kant van je planten of die van vlinders staat. Tegen lieveheersbeestjes die bladluizen eten zul je geen bezwaar hebben. Laat planten die nog bloeien staan, zodat de jonkies zich vol kunnen eten voor de winter.  

Egels houden je planten vrij van slakken

Hoor je in de schemering luid gerotzooi en geritsel? Grote kans dat er een egel bij je ingetrokken is. Ze slapen overdag en gaan als de avond valt op zoek naar voedsel. Volwassen egels beginnen eind november, begin december aan hun winterslaap, pubers pas in januari als het echt koud begint te worden. Je doet ze een groot plezier door je tuin niet op te ruimen, want ze nestelen graag met blad van bladverliezende heesters als liguster, Japanse esdoorn en goudvlier. Ook slepen ze mos, stro, spaanders, hooi en delen van uitgebloeide zonnebloemen naar hun best. Egels houden van katten- en hondenvoer, spekrandjes, muesli en pindakaas. En eten in ruil volgend jaar al je slakken en rupsen op, zodat die je planten niet kunnen aanvreten.

Rond de vijver graag blaadjes en dakpannen

Hoe kouder het wordt, hoe trager kikkers en padden worden, tot ze aan hun winterslaap beginnen. Padden doen dat op het land, liefst onder een hoop bladeren of in een holletje onder stenen, planken of een verdwaalde dakpan. Kikkers en salamanders doen dat ook, maar op een vochtig plekje. In vijvers van minimaal 80 cm diep kunnen ze ook in het water overleven, mits er een beluchtingspompje aanstaat. Verder hebben ze graag een rijke oeverbeplanting met dotterbloemen en adderwortel, om in te kunnen schuilen. Stijgen de temperaturen, dan worden ze vanzelf weer wakker en eten dan muggen en slakken voor je op. Ze zijn dus reuze nuttig voor je tuin en je nachtrust volgend jaar.

Sprookjesachtig: wintervlinders in je tuin   

Vlinders in je tuin zien rondfladderen is beeldig, maar wees je ervan bewust dat ze als rups je planten kunnen oppeuzelen. Spanners zijn bruingrijze vlinders die vooral in het najaar rondfladderen, net als de huismoeder, gamma-uil, kolibrievlinder en de windepijlstaart. Ze eten van de overrijpe bessen van parelbes en bergthee en kunnen rottend fruit waarderen, net als een kommetje honingwater. De wintervlinder houdt het tot ongeveer half december vol. Hij eet geen nectar, maar teert op de reserves die hij als rups heeft aangemaakt.  

Muizen zijn een gemengd genoegen

Sommige muizen houden winterslaap, veldmuizen en bosmuizen leggen ondergrondse voorraadkamers. Die komen de winter wel door. Het probleemgeval is de spitsmuis. Die eet insecten en daarvan zijn er nu steeds minder. Gelukkig houden ze van dezelfde dingen als egels, dus daarmee kun je twee dieren tegelijk een plezier doen. Al willen we wel waarschuwen tegen het risico van een muizenplaag. Muizen zijn schattig om te zien, maar planten zich zeer snel voort. Wie geen muizen in de tuin wil, plant kruizemunt of druppelt in het najaar met pepermuntolie. Voor wie ze wel wil: ze zijn dol op zonnebloemen en vogelvoer.

Tip: Schattig om te zien, maar gezegend met een ontembaar libido en dito eetlust. Wie geen muizen in de tuin wil plant kruizemunt of druppelt in het najaar met pepermuntolie.

En verder?

Voor een eekhoorn moet je echt een bosachtige tuin hebben, ze eten onder andere eikels, noten en bessen. Vleermuizen brengen de winter het liefst ondersteboven in een lichtvochtige ruimte door: onder een dakpan op het dak of in een spleet in de schouw. Je hebt er geen omkijken naar en volgend jaar jagen ze gretig voor je op insecten en spinnen.